home english

360° Stakeholdercommunicatie

Groep C nieuwsbrief

Een huis van Ikea

Misschien koopt u nooit witte producten. Dat kan. Maar we zijn er zeker van dat het duurste wat u ooit gekocht heeft, wel een wit product is. Niet overtuigd? Kan u ons dan het merk van uw huis eens noemen? Dat een huis wat anders is, zullen velen argumenteren. Blijkbaar wel. Maar waarom? Niet omwille van de kostprijs. Want de tweede duurste aankoop, onze auto, is net heel sterk merkgebonden. Naarmate hij duurder wordt, speelt het merk van de wagen zelfs een steeds belangrijkere rol.

Eigenlijk is er geen reden waarom ook huizen geen merk zouden kunnen hebben. Of beter, zijn. In uitzonderlijke gevallen is de architect van de woning het merk. Dat gaat vooral op voor zeer dure projecten waarin de gefortuneerde bouwheer de architect zijn zin laat doen. Dat soort opdrachten zijn echter uitzonderingen. Meestal dient een architect vooral om het idee, dat de bouwheer en -vrouw op een vel geruit papier hebben meegebracht, netjes op plan te zetten. Ook de aannemer zou het merk kunnen zijn. Zijn vakmanschap is dan het onderscheidende element. En zijn dienstverlening. En toch zijn ze het over het algemeen niet. Onbegrijpelijk, gezien het belabberde imago van de bouwsector. Er is plaats voor (grote) merken die de kwaliteit, van het bouwen én van de dienstverlening als verkoopargument zouden gebruiken.

Een huis is vandaag nog vooral iets van de opdrachtgever zelf. Het is een product dat de bouwheren in elkaar (laten) steken met de (merk!-)bouwstenen die hen worden aangereikt. Het is overigens een bijzondere vaststelling dat er voor de stenen, de pannen, de ramen en de volledige binneninrichting vaak wordt gekozen voor dure merkproducten. Terwijl ze uiteindelijk worden versmolten tot een anoniem product.

Maar we voorspellen dat het zal veranderen. Het zal niet eens meer zo lang duren voor er in huizenadvertenties meer merken te bespeuren zullen zijn dan alleen maar het merk van de keuken.

Al een tijd kopen projectontwikkelaars-aannemers lapjes grond op. En ze bieden ze vervolgens weer te koop aan als een project. Die bedrijven hebben steeds vaker duidelijk herkenbare logo’s en namen die ronkender klinken dan de achternaam van de stichter. Steeds vaker krijgt het logo een centrale plaats op de opvallende wegwijzers die geïnteresseerden van het ene ‘project’ naar het andere leiden.

Daarmee zijn ze natuurlijk nog geen merk zoals bv. Coca Cola er een is. Het verschil zit hem in de volgehouden inspanning om het merk bekend te maken en er een duidelijke betekenis aan te geven.

Enkele dagen geleden konden we lezen dat Ikea naast meubels nu ook huizen gaat verkopen in Engeland. Daarvoor deden ze dat al in Zweden. Het gaat om houten appartementen die uit verschillende modules kunnen worden samengesteld. De specialisten van Ikea plaatsen de ruwbouw. Voor de verdere inrichting staat de koper zelf in. Het is wel de bedoeling dat hij daarvoor Ikea-producten gebruikt. Van de keuken tot de badkamer. Sony doet hetzelfde in Japan. Geen kant-en-klare modules zoals bij Ikea, maar exclusieve lofts in chique buildings, volgestouwd met Sony-apparaten.

Voorlopig denkt Ikea er nog niet aan met haar huizen naar België te komen. ‘Omdat de Belg nog teveel gesteld is op eigenheid,’ vertelt een Belgische concurrent in houtbouw.

En toch zullen merken ook in België op termijn de woningmarkt veroveren. Omdat de maatschappij verandert. En de markt.

Vroeger was een huis voor het leven. In dat geval vinden mensen het belangrijk om hun ‘levenswerk’ zoveel mogelijk naar eigen smaak te bouwen. Maar tegenwoordig is er steeds minder voor het leven. Mensen veranderen van job, van vriendenkring en van partner. Zelfs van land. Een huis wordt iets tijdelijks. Jaarlijks verhuist 10% van de Belgische bevolking. 65.000 onder hen zelfs naar het buitenland. Een huis wordt een investering. Zeker met de prijsstijgingen op de immobiliënmarkt. En in dat geval moet een huis alles in zich hebben om het, wanneer dat nodig is, weer snel en aan goede voorwaarden te kunnen verkopen. De kwaliteit van het ontwerp en van de afwerking worden belangrijker. Een merk kan die kwaliteit gemakkelijk ondersteunen.

Of de architect het merk zal worden, of de aannemer, dat is niet duidelijk. Er zullen ongetwijfeld verschillende soorten merken ontstaan. Veel kans maken de mengvormen: de combinatie van een degelijk ontwerp met een degelijke afwerking.

Het wordt steeds waarschijnlijker dat ook Belgen in de toekomst niet meer “bouwen”, zoals dat nu tot het standaard taalgebruik hoort, maar “(nieuw-)kopen”. Misschien wordt de aankoop van het duurste product dan even aangenaam als die van het tweede duurste.

02.09.10
De lessen uit de ING-story
In het stakeholdertijdperk is een klant niet zomaar een klant. Dat ervoer ING toen ze de sterk gecontesteerde maatregel lanceerde dat 60-plussers minder geld konden afhalen aan de bankautomaat. De reacties over betutteling en gebrek aan respect waren niet te stuiten.
02.09.10
Volg Groep C op Twitter
Nu ons cliënteel alsmaar meer vragen stelt over social media kunnen we natuurlijk niet ontbreken. Groep C ziet social media als een nieuw communicatiekanaal met weliswaar eigen regels, maar dat toch ingebed wordt in wat u normaal gezien wil vertellen en aan wie. En een bijkomend kanaal waarlangs stakeholders met u of uw organisatie kunnen communiceren.
www.noelslangen.bewww.modellenvanc.behomecontactnieuwsbriefvacaturesconnect