home english

360° Stakeholdercommunicatie

Groep C nieuwsbrief

Waarom breinlabo’s tot 12 keer meer resultaat geven

Het einde van de brainstormings?

We hebben goed nieuws voor Alex Osborn, de man die in 1941 het brainstormen uitvond: na een mooie carrière mag zijn geesteskind eindelijk op pensioen. Want steeds vaker blijft het stil na de storm. Of de uitkomst blijkt niet meer dan wat losse lucht te zijn. Brainstorms hebben uitstekende ideeën voortgebracht maar ze kunnen ook op frustrerende ervaringen uitdraaien. De reden hiervoor is simpel; slechts een kwart van het volledige creatieve potentieel wordt aangewend. Groep C heeft hiervoor een heel nieuwe methode ontwikkeld.

Ideeën zijn in staat om de vaak onverwachte opening te maken bij complexe problemen. Een voetballer die met een knappe pas of mooie dribbel de opening maakt, krijgt niet voor niets eerder het predikaat ‘creatief’ dan ‘technisch’.

Ideeën bouwen ook de brug naar implementatie. De creatieve strategie (“hoe gaan we dit doen?”) is de link tussen theorie (“wat willen we doen?”) en de keuze van het middel (“waarmee gaan we dat doen?”).

Maar de rol van ideeën bij advies gaat verder. Creativiteit is geen ondersteunende eigenschap maar een kernactiviteit. Wie geen ideeën heeft, maakt louter vaststellingen. Wie enkel vaststelt, mist de kracht om verandering te brengen. Wie denkt dat advies bij voorkeur vertrekt van droge deductieve analyses en neerkijkt op inductieve, creatieve processen, kiest voor het foute parcours. Kennis en analytisch vermogen zijn inderdaad een noodzakelijke voorwaarde voor goede beslissingen. Maar geen voldoende voorwaarde. Om het geheel in beweging te krijgen, zijn ideeën nodig. Knowhow en analyse vormen de massa, de content, de carrosserie; ideeën zijn de motor van een strategie.

Waarom brainstorming niet meer werken

Brainstorms hebben hun merites. Iedereen heeft al eens een sessie meegemaakt waaruit een geweldig idee is voortgekomen. Dat de drie voorgaande brainstorms niets hebben opgebracht, wordt voor de aardigheid vergeten. Want “zo hoort dat, zo gaat dat nu eenmaal met brainstorms; de ene keer werkt het wel, de andere keer niet.” Het geniaalste aan het concept ‘brainstormings’ is misschien wel dat het zich op die manier immuun heeft gemaakt voor kritiek. Iedereen aanvaardt de onberekenbaarheid en het ‘dubieus’ rendement. Maar wie zou een auto accepteren die maar één keer op de drie start? Brainstorms zijn misschien een heilig huisje, maar het is toch hoogtijd voor een beeldenstorm!

Brainstorms zijn ontstaan als antwoord op een te stringente en hiërarchische vergader- en denkstructuur. De bevrijding uit dat keurslijf deed ideeën spuiten als een flink geschudde fles champagne. Maar stilaan raakte het in de ban van het dictaat van vrije creatieve gedachte uit de jaren ’60 en ’70. Minder en minder werd er nagedacht over doelmatigheid. Doelmatigheid was voor later. Vaak werd doelmatigheid dan begraven en bleef men staren op “wat een léuk idee!!”.

Focus, of met andere woorden het verengen en concentreren van een vraag of antwoord, was uit den boze. Er werd maar doorgebrainstormd in alle richtingen want dat hoorde zo. Maar ooit al eens afgevraagd waarom brainstorms vlak voor de deadline zoveel efficiënter zijn? De magie van de druk? Wie wil, mag dat geloven. Maar zou het niet eerder te maken hebben met de vaststelling dat men dan plots wél begint te focussen?

Een ander fenomeen is het ‘self-defeating’-effect van brainstorms. De bedoeling is om zoveel mogelijk ideeën te genereren en zo via kwantiteit tot kwaliteit te komen. Dat leidt tot een heel vreemde situatie: de eerste ideeën tijdens een brainstorm worden haast nooit weerhouden want je moét langer denken. Brainstormings kunnen goede ideeën kelderen! Gelukkig is er meestal wel een goede ziel die wat noteert zodat een paar weken later het oorspronkelijk idee weer in ere wordt hersteld (hoe vaak heeft u dàt al meegemaakt?). In dat geval is er enkel kostbare tijd verloren.

Brainstorms kunnen verglijden van een enigszins gecontroleerd systeem naar totaal toeval (vandaar de uitspraak ‘een goede vondst’). Er is niets tegen het struikelen over een goed idee, integendeel: wie zijn ogen openhoudt, zal er paradoxaal genoeg makkelijker over vallen. Maar in een brainstorm vertrouwen op serendipiteit is als vertrouwen op een Sint-Christoffelbeeldje i.p.v. een autogordel.

Maar wat dan met de brainstormsystemen? U kent ze wel: de associatietechniek, bisociatie, het lateraal denken, de humortechniek, enz. Ze willen een zekere mate van structuur brengen in brainstorms. Dat is dan toch de oplossing? Ze blijven onderhevig aan de eerder geformuleerde kritieken ofwel zijn ze van die aard dat ze eigenlijk geen brainstorms meer zijn maar vermomde geleide meetings.

Waarin onderscheiden breinlabo’s zich?

Het verschil tussen breinlabo’s en brainstorming bevindt zich op twee terreinen:

  1. In breinlabo’s wisselen individueel denkwerk en groepswerk mekaar voortdurend af. Vaak wordt de brug tussen beide bovendien gemaakt door het opsplitsen in subgroepjes.
  2. Het arsenaal aan technieken die toegepast worden bij breinlabo’s is uitgebreider en gevarieerder. Zo kan men op nog meer verschillende manieren een problematiek benaderen. Identiek dezelfde ingrediënten kunnen immers een totaal verschillend gerecht geven als men in het ene geval wokt en in het andere geval braadt.

Waarom breinlabo’s minstens 4 keer performanter zijn dan brainstorms

Voor de duidelijkheid: de bezwaren tegen de klassieke brainstorms betreffen niet in de eerste plaats het uiteindelijk resultaat ervan, wel de weinig performante manier waarop dat bereikt wordt.

Breinlabo’s spreken het volledige creatieveld van ideeën aan

Hoe die vonk die ideeën baart, in de hersenen ontstaat, zal altijd wel een mysterie blijven. Minder raadselachtig zijn de omstandigheden waarin dat gebeurt:

Hierdoor ontstaan 4 creatievelden waarin ideeën geboren kunnen worden:

Meteen valt op dat brainstorms maar één van de vier velden dekken, namelijk veld 2. Brainstorms vinden plaats in een groep en ideeën worden publiek geuit. Men zou kunnen argumenteren dat daar de meest vruchtbare ideeën ontstaan. Archimedes in zijn bad en Newton onder zijn boom zijn het daar niet mee eens. Net als elk bedrijf dat ooit een idee uit een ideeënbus heeft geplukt...

De vraag is nu: hoe integreren we die velden in één systeem? Het antwoord is eenvoudig: breinlabo’s switchen tijdens één sessie tussen verschillende creatievelden. Er wordt niet mordicus vastgehouden aan de groep. Men zondert zich bijvoorbeeld even af in kleine groepen of mensen krijgen gedurende een kwartier of een half uur ‘huiswerk’. Daar worden ideeën geschreven die vervolgens aan de gehele groep worden gepresenteerd en waar iedereen op kan verder werken. Die kunnen bij gevoelige onderwerpen of in omgevingen waar de interne concurrentie sterk is, in subgroepen besproken worden. Omdat de ideeën van de groep komen, worden ze niet geïdentificeerd met één persoon en ontstaat er een kruisbestuiving tussen veld 1 (groep anoniem) en veld 2 (groep publiek). Net zo goed kan men zich apart over de ideeën buigen en de resultaten publiek of anoniem aan de groep bezorgen. Ook feedback op ideeën kan in elk van de 4 vormen.

Breinlabo’s vermijden de mentale vermoeidheid

Een tweede belangrijk voordeel is de performantie door optimaal gebruik te maken van de manier waarop de mens denkintensiteit doseert. Iedereen is vertrouwd met de stilte in de brainstorm. Na een hoop suggesties valt de boel stil. Men zoekt en krabbelt naar ideeën als een woestijnvos naar een druppel water. Dit is het resultaat van ‘mentale vermoeidheid’, een gevolg van de intensiteitscurve van aandacht en denkpatronen:

Breinlabo’s lossen dit op door af te stappen van het almachtige ‘gooi maar raak’-principe. Het ongebreideld opperen van ideeën is immers maar één van de technieken die breinlabo’s hanteren, en dan nog één van de minst inspirerende. Breinlabo’s maken gebruik van een ruim assortiment van technieken waartussen gemakkelijk gezapt kan worden. Tijdens een breinlabo wordt er permanent geswitcht tussen deze technieken:

Dit schema geeft het contrast weer. Het tempo van ideeëngeneratie blijft dus hoog.

De afrekening

Op basis van deze principes alleen al blijken duidelijk de voordelen van breinlabo’s:

Creatieve technieken binnen breinlabo’s

Breinlabo’s hebben een open benadering. Er is geen definitieve lijst van creatieve technieken die mogelijk zijn. Het kan soms zelfs interessant zijn om een nieuwe techniek te ontwikkelen in functie van het project in kwestie. Men kan een techniek op maat maken of finetunen in functie van de typologie, wensen en capaciteiten van de klant.

De creatieve technieken zijn, zoals reeds aangehaald, niet bedoeld als structurerend element. Ze zijn functioneel en werken als hefbomen. Door verschillende technieken te combineren, gebruikt men dus in feite verschillende hefbomen en verhoogt het creatief vermogen. Groep C ontwikkelde in beginsel 14 technieken die ingezet kunnen worden.

Fusiontechniek

Eén voorbeeld van zo’n creatieve techniek is de fusionbenadering bij communicatievraagstukken. Een analyse vertrekt vanuit drie vragen: wat, wie en hoe. Wat is het verhaal, aan wie vertellen we het en via welk middel? Met het afwisselen van individueel en groepsmatig zoeken, maakt men vanuit de problematiek exhaustieve lijsten met doelgroepen (wie), verhalen (wat) en communicatiemiddelen (hoe). Wat op tafel ligt, zijn de traditionele elementen van een communicatieplan.

Met de fusiontechniek gaat men heel wat verder en wordt het creatief denkwerk aangescherpt. Net zoals in de keuken ‘fusion’ slaat op de originele combinatie uit verschillende keukens en culturen, gaat men op zoek naar de meest onverwachte combinaties. Op die manier ontdekt men dat bij een bedrijfsfusie de traditionele schriftelijke mededeling aan de medewerkers vervangen kan worden door een massale persoonlijke telefonische contactname door het management. Een biermerk kan ervoor kiezen om voetbalsupporters poëzie te laten uitdragen, voor een wijkoverleg wordt een lagere school ingeschakeld om de ouders en de inwoners voor te lichten met kijkdozen, enz... De fusiontechniek gaat uit van de meest originele ‘wie-wat-hoe’-combinaties. Daar zal flink wat onzin tussen zitten, maar ook onverwachte mogelijkheden. En daar is het om te doen.

Wanneer men in een breinlabo twee uur bezig geweest is met een techniek toe te passen, gaat die aan de kant en wordt weer een nieuwe stimulerende denktechniek toegepast. Hierbij er steeds zorg voor dragend dat individueel en groepsdenken wordt afgewisseld, en publiek en anoniem presenteren worden gecombineerd. Voor zover het nog niet duidelijk

zou zijn: breinlabo’s zijn ook de ideale methode om nieuwe... breinlabotechnieken te ontwikkelen.

Hoe organiseer ik een breinlabo?

Iedereen kan een brainstorm organiseren. Wat mensen verzamelen en stormen maar. Toch bestaan er massa’s boeken over hoe je een succesvolle brainstorm moet organiseren. (Wellicht is heel die bibliotheek geschreven vanuit dezelfde vaststelling dat zoveel brainstorms niét werken.) Omdat oplossingen al in het systeem van breinlabo’s zijn ingebakken, is er geen uitgebreide handleiding nodig voor succes maar wel een goede voorbereiding:

  1. Bepaal de doelstelling Vooraf moet een doelstelling of vraag bepaald zijn. Die moet teruggebracht worden tot de essentie en ver weg blijven van algemeenheden als ‘we moeten performanter produceren’. Er moet met andere woorden duidelijk omschreven zijn op welke vragen men een antwoord zoekt.
  2. Zoek de juiste deelnemers Ideeën komen van mensen, dus betrek de juiste mensen erbij. Dit kunnen ook mensen zijn die niet rechtstreeks met het project te maken hebben of die niet meteen volgens hun eigen mening of die van anderen specialisten zijn in ideeën...
  3. Selecteer de beste technieken De projectleider selecteert op voorhand de labotechnieken die hij gaat gebruiken. En hij stelt een vaste duur voorop.
  4. Gebruik de 4 denkparten Hij stelt een zoekprogramma op dat er rekening mee houdt dat ieder van de vier denkparten wordt aangewend. Hij is ervoor verantwoordelijk dat er geswitcht wordt tussen creatievelden en -technieken zodat het tempo en de densiteit van de ideeën hoog blijven.
  5. In tegenstelling tot brainstormings kan de rol van gespreksleider wisselen. Iedereen kan dan ook participeren in het proces.

Een breinlabo eindigt niet met een hoop ideeën op papier maar eindigt met een hiërarchie in deze ideeën. Dit komt bijna neer op een consensus over wat het beste idee is. Indien nog geen consensus bereikt kan worden over het beste idee, maakt men abstractie van de concrete kenmerken van de ideeën die in aanmerking komen en zoekt men wat die ideeën sterk maakt. In een volgende sessie denkt men uitsluitend verder in die richting (graduele verfijning).

02.09.10
De lessen uit de ING-story
In het stakeholdertijdperk is een klant niet zomaar een klant. Dat ervoer ING toen ze de sterk gecontesteerde maatregel lanceerde dat 60-plussers minder geld konden afhalen aan de bankautomaat. De reacties over betutteling en gebrek aan respect waren niet te stuiten.
02.09.10
Volg Groep C op Twitter
Nu ons cliënteel alsmaar meer vragen stelt over social media kunnen we natuurlijk niet ontbreken. Groep C ziet social media als een nieuw communicatiekanaal met weliswaar eigen regels, maar dat toch ingebed wordt in wat u normaal gezien wil vertellen en aan wie. En een bijkomend kanaal waarlangs stakeholders met u of uw organisatie kunnen communiceren.
www.noelslangen.bewww.modellenvanc.behomecontactnieuwsbriefvacaturesconnect