Nieuws
Lessen uit de Oosterweelsaga: wispelturige politiek creëert een wispelturige bevolking
De Vlaamse regering heeft zich voorgenomen de knoop door te hakken over de Oosterweel. De grapjes over besluitvorming op krukken domineren de wandelgangen. De Oosterweel is dan ook niet langer enkel een maatschappelijk, maar een politiek debat geworden.
Enkele jaren waren wij bevoorrechte getuigen in de Oosterweel-saga. Dat men jaren alle remmen communicatief dicht gooide omdat men schrik had voor procedureel-juridische fouten, is intussen genoegzaam bekend. Net als het nefaste effect daarvan op het draagvlak. Maar volstaat dat als verklaring voor het falen? Want is het project niet finaal onderuitgegaan in een fase waarin de BAM wel uitgebreid communiceerde, namelijk tijdens het referendum? Laat ons even dieper kijken.
Inspraak moet vroeger
De commissie van Vlaamse parlementsleden onder leiding van Johan Sauwens (CD&V) heeft 76 resoluties gebaard om infrastructuurprojecten sneller en beter te realiseren. Het is een gedegen werkstuk geworden met applaus op alle banken. Maar is iedereen zich bewust van de draagwijdte?
Zo heeft de Commissie Sauwens het terecht over het vervroegen van het maatschappelijke debat. In plaats van meegezogen te worden in een voor of tegen discussie had het publiek bijvoorbeeld al voor 2000 kunnen betrokken worden in de keuze voor een van de oplossingen. Een oneindig aantal stappen en fasen, onderzoeken en inspraakmomenten zorgt wel voor inspraak, maar voor minder transparantie. De realiteit is dat het publiek geen onderscheid maakt tussen bijvoorbeeld een MER of een GRUP. Men zal terecht iedere stap en iedere procedure aanwenden om impact af te dwingen. Uiteindelijk gaat het voor het publiek om drie centrale vragen : 1. Onderkennen we de noodzaak en de uitgangspunten van een project?; 2. Voor welke oplossing kiezen we?; 3. Hoe moet die oplossing er in detail uitzien?
Politiek moet consequent zijn
In het debat rond de Oosterweel moeten wij vaststellen dat het debat over de uitgangspunten nog steeds niet uitgeklaard is. Wie hierbij vooral in de kou blijft staan zijn de verantwoordelijke ambtenaren, de overheidsprofessionals die met een duidelijke opdracht het veld werden ingestuurd en die vervolgens moeten vaststellen dat hun opdracht steeds wijzigt. Het politieke veld beseft onvoldoende hoe de voortdurende wisselingen in standpunt een gevoel van wispelturigheid en willekeur creëren. En finaal uitmondt in een gedemotiveerd en minder efficiënt overheidsapparaat.
Laat dat nu het centrale probleem zijn bij de Oosterweelverbinding. De politiek heeft de randvoorwaarden bepaald waaraan de Oosterweelverbinding moest voldoen. Die zijn duidelijk: geen tol en geen vrachtwagens in de Kennedytunnel en een goede ontsluiting van de haven op rechteroever. Sindsdien blaast de politieke wereld warm en koud tezelfdertijd. Men zegt dat de randvoorwaarden van tel blijven, maar dat alle alternatieven moeten mee bekeken worden. Dat is hetzelfde als zeggen dat het een absolute voorwaarde is dat iets een paard moet zijn, maar dat alle zoogdieren in aanmerking moeten komen. Het lijkt wel een absurde frase uit 'Alice in Wonderland'.
Zijn de randvoorwaarden tijdens de rit veranderd of wil men het niet langer over die randvoorwaarden hebben, omdat dan zou blijken dat heel wat zogenaamde alternatieven er in feite geen zijn ? De taak voor de Vlaamse regering is duidelijk: ofwel geeft men toe dat men eerst fout was en dat de randvoorwaarden aangepast moeten worden. Ofwel was het loslaten van de randvoorwaarden fout.
Een mentaliteitswijzigin
Inspraak is een voorwaarde voor een geslaagd project. Zowel bij de heraanleg van de ring, de Noorderlaanbrug als zovele andere projecten bewezen we dat dit mogelijk is wanneer een projectbeheerder zich gesteund voelt door zijn politieke overheid. De besluiten van de commissie Sauwens vergen meer dan een mentaliteitswijziging. Denk maar aan de DBFM-projecten, waarbij een aannemer verantwoordelijk is voor financiering, ontwerp én bouw, maar pas zéér laat wordt aangeduid. Hoe verzoen je een juridisch waterdichte aanbesteding met inspraak in zo'n procedure? De Oosterweel was een van de eerste, maar zeker niet het laatste voorbeeld van zo'n dilemma. Zal de politiek haar overheidsprofessionals even vlot steunen in dit moeilijk publiek debat als de bijna unanieme consensus over de 76 resoluties doet vermoeden?
Referenda zijn geen vorm van dialoog
Tot slot: referenda zijn geen vorm van dialoog, maar een doorslagje van wat politici het beste kennen: verkiezingen. Hoeveel referenda zijn er al geweest waar de opkomst voldoende was en waar het publiek het voorgestelde project steunde of draagvlak verschafte? Tot op de dag van vandaag geen enkel. Wanneer men niet tegen is - zoals de Luikse kandidatuur als culturele hoofdstad - is de opkomst te laag. En wanneer de opkomst hoog genoeg is, is men tegen.
Referenda zijn binair en zijn daarom net het omgekeerde van wat dialoog en inspraak moet zijn. Het is duim omhoog of omlaag. Een dialoog daarentegen overstijgt de kracht van decibels. Dialoog is door woord en wederwoord uitgangspunten delen, belangen leren kennen, oplossingen zoeken, compromissen sluiten en blinde vlekken ontdekken. Met als eindresultaat draagvlak en een goed project.
Bart Derison, Jan Withofs, en Noël Slangen
In het stakeholdertijdperk is een klant niet zomaar een klant. Dat ervoer ING toen ze de sterk gecontesteerde maatregel lanceerde dat 60-plussers minder geld konden afhalen aan de bankautomaat. De reacties over betutteling en gebrek aan respect waren niet te stuiten.